IMG 4363

Social Media

TwitterBloggerLinkedinFacebookYoutube
 

Waterverzorging tijdens transport.

Lichaamstemperatuur en temperatuurregulatie (volgens meerdere wetenschappelijke   onderzoeken).

 

Het is lekker weer. Al weken is het droog en de zon doet zijn uiterste best. Als ik in Odoorn over het land kijk, zie ik regelmatig een flinke stofwolk. Als je dichterbij komt, blijkt er een tractor in te zitten die het land bewerkt.  Droog weer is mooi voor wie er van houdt maar heeft ook zijn nadelen.  En dan komen we al snel uit bij onze duiven. Hoe zal het hen vergaan tijdens transport vragen we ons wel eens terecht af….

 

Lichaamstemperatuur.

Vogels en dus ook postduiven zijn “endotherme organismen”. Dat houdt in dat de lichaamstemperatuur behoorlijk gelijkmatig en constant gehouden kan worden.   De huid of wel de  oppervlaktetemperatuur is, afhankelijk van de omgevingstemperatuur, altijd lager.  De gemiddelde lichaamstemperatuur bij vogels ligt bij 41 – 42 graden., waardoor ze warmer aanvoelen als we ze in de hand nemen.

In rust zakt de temperatuur  van onze duiven naar ongeveer 37 – 38 graden (onderhoudstofwisselingsproces) indien de temperatuur niet lager is dan 20 graden. We noemen dat de  “thermoneutrale zone” en die ligt tussen de 20°C en 28°C.  Binnen deze zone blijft de lichaamstemperatuur constant.  Dit kan de duif, door beïnvloeding van isolatie, doorbloeding van de huid etc. zonder meer energie te verbruiken.

Beneden de 20° C moet de duif meer warmte produceren. En dat kost meer energie. Zijn de temperaturen boven de 28°C dan moet de duif ook energie verbruiken om te kunnen koelen.  Het kunnen koelen is voor duiven zeer  belangrijk  omdat 46° voor duiven als kritisch en thermisch maximum wordt omschreven.  Om te kunnen koelen kunnen mensen zweten. Duiven hebben geen zweetklieren.  Door de snavel te openen en met hoge frequentie te hijgen kunnen zij veel warmte verliezen.    

 

Vochtverlies tijdens de vluchten.

Ook tijdens het vliegen wordt erg veel warmte geproduceerd.  Bij een snelheid van 70 km per uur wordt 20 x zoveel warmte geproduceerd als in rust. Bij een vochtverlies van rond de  4% van het lichaamsgewicht (13 ml – 18 ml) stoppen de duiven met vliegen.  Uit ander onderzoek blijkt dat  bij vochtverlies van 4% – 5% alle duiven water gaan drinken.  10% vochtverlies van het lichaamsgewicht  is een dodelijke hoeveelheid.   

 

Waterbehoefte.

Bij een omgevingstemperatuur van 22° C drinkt de duif gemiddeld  41,5 ml water Dit wordt beïnvloed door het aanbod van voer.  Bij een omgevingstemperatuur van 24°C stijgt de gemiddelde behoefte naar 63 ml.   Dat is niet mis. Bij lage temperaturen is de behoefte 15 – 30 ml. Dit wordt deels uit de voeding gehaald (ca 15 ml).

 image003

 

Transport.

De temperatuur in de vervoerswagen is dus enorm belangrijk als het om de verzorging van de duiven gaat. Bij 22°C heeft de duif al 1,7 ml water per uur nodig. Is de duif  10 uur op transport, dan verliest deze 4% van zijn lichaamsgewicht.  Bij 24°C is de waterbehoefte 2,6 ml per uur. Tijdens 10 uur op transport verliest de duif 8% van het lichaamsgewicht. Dat ligt al heel dicht tegen de fatale grens aan.  Oei…wel eens over nagedacht? Het zal elke lossingverantwoordelijke wel duidelijk zijn hoe belangrijk een goede waterverzorging, vooral tijdens transport  is voor de levensvatbaarheid en de vliegprestaties van de duiven.  

Daar komt nog even bij, dat vele duiven al ruim voor het inkorven in de vrachtwagen geen water ter beschikking hebben gehad. Ook het tonen dan de duivin kort voor het inmanden heeft grote gevolgen voor de wateropname. De stofwisseling wordt zo verhoogd en de behoefte aan drinkwater stijgt. Maar de meeste liefhebbers korven ze vaak direct in, zonder de duiven nog te laten drinken.  Dan komt het ritje naar het inkorflokaal  en de wachturen die dan volgen om ze uiteindelijk in te kunnen korven.   

We kunnen snel concluderen, dat water geven tijdens het transport een must is. Het beste is in te korven bij koele temperaturen. Als de buitentemperaturen zeer hoog zijn, moet inkorven worden vermeden. Transporttemperaturen boven de 30°C  is een te grote hittebelasting voor de duiven.  ´s nachts vervoeren en overdag in de schaduw afwachten op de lossing lijkt de beste oplossing te zijn.

 

Oriëntatie.

De hersenen functioneren alleen als voldoende vocht wordt aangevoerd. Indien dit niet het geval is, zal het oriëntatievermogen zo goed als uitvallen. Het geval is: grote verliezen van de duiven, boze en gefrustreerde liefhebbers, slechte mediaberichten en minder duiven die de volgende weken worden aangeboden voor een komende vlucht.

 

De vlucht.

Als na een uur vliegen de duif volledig is overgeschakeld op vetverbranding, kan hij of zij uit de borstspieren minimaal rekenen op 7 gram vet. De totale benutbare vetvoorraad is 10 x zo veel (70 gram).  De duiven moeten hun relatief hoge lichaamstemperatuur gelijk zien te houden. Blijft die temperatuur constant (te meten in de cloaca), kunnen ze de  door de stofwisseling ontstane warmte zondermeer afvoeren. Bij hoge buitentemperaturen poetsten ze hun veren niet alleen sterker, maar gebruiken ook hun poten als windkoelers. Bij hoge temperaturen hangen de poten steil naar beneden  in de wind, de tenen sterk gespreid.  Al is de luchtweerstand zo een stuk hoger, nemen de duiven dat op de koop toe. (Bij koude lucht verdwijnen de poten echter volledig in de veren, zodat de optimale aerodynamica ontstaat).

Bovendien openen de duiven de snavel bij zeer warm weer. Pas als ze moeten hijgen, stoppen ze het vliegen. We weten dat niet alleen de vetvoorraad van belang is. Minstens even belangrijk is de waterhuishouding.   Door verbranding van vetten, wordt vocht toegevoegd aan het lichaam. Uit testen in de windtunnel weten we dat duiven bij temperaturen van 5° C onbeperkt lang kunnen vliegen. Bij 10°C is dat al beperkt tot 15 uur, bij 15°C tot 7½ uur en bij 25°C op 2 uur ( bij een wind van  12m per sec.).

 In de windtunnel dus.  In de praktijk van de vluchten onder warmere omstandigheden moeten we vaststellen, dat niet alleen voldoende vetzuren, maar ook voldoende water bijzonder belangrijk is. Het is zelfs de limiterende factor. Duiven moeten dan even ergens gaan drinken als hun lichaam meer dan 4% tot 5% vocht verliest. Ze zoeken naar de optimale temperatuur voor de vochtbalans en vliegsnelheid. Ze passen zich aan,  aan het geringste energieverbruik in  tijd en afstand. Duiven zijn zo stom nog niet. Wij dienen ons dan ook verantwoordelijk te gedragen tijdens het transport met vliegduiven. Zorg er daarom voor dat de watertanks gevuld zijn met vers water en maak deze regelmatig schoon, zodat we bij thuiskost kunnen genieten van duiven die fit en vitaal aankomen.

 

Veel succes ermee.

Willem Mulder

April 2011