IMG 4363

Social Media

TwitterBloggerLinkedinFacebookYoutube
 

De donkere dagen…...

De tijd van hokken verbouwen is grotendeels weer achter de rug. Ook op eigen hok was er flink wat werk aan de winkel. Door de verkoop van de slagerij werd het weduwnaarshok verplaatst en een nieuw jonge duivenhok aangebouwd. In de zomer bleef het maar regenen en dan is er voor precisie van de verluchting te weinig aandacht. Het regent maar door, dus hup…de pannen er snel op. De resultaten waren met de oude duiven dan nog wel redelijk maar de jongen lieten het afweten door ornithose.

Er werd een plan gemaakt hoe we het zouden aanpakken. Voor de jonge duiven creëerden we het open doos systeem. De ramen van hermelijngaas Binnen werden inzetramen gemaakt met windbreekgaas. Die komen er steeds ´s avonds in. Ook het oude hok werd aangepakt. Weer dupanel tegen de pannen en een sleuf opening van 1½ cm onder het raam. Daarvoor aan de binnenkant een plank op een afstand van 1 cm. De nok werd weer verbreed en Tonny is er weer super tevreden over.  Het is nu weer lekker fris in de hokken en we zijn tevreden over het resultaat. Nu maar afwachten hoe het vliegseizoen zal verlopen. Ja, vliegseizoen… Heel voorzichtig zijn de meeste liefhebbers daar al weer mee bezig. Eerst kweken en dan gaat het alweer gebeuren. Kweken? Ja velen hebben al gekoppeld omdat het weer zo zacht was de laatste tijd. 

Wat zetten we bij elkaar? Daar kan je slapeloze nachten van krijgen. Goed op goed? Mooi op mooi? Dat is helemaal geen garantie. Geelogen zetten we op lichte ogen, een langere duif op een goede korte, een zachtere duif op eentje met wat te harde pennen etc. Aan de bouw mag niets mankeren en de bevedering moet super zacht zijn. Mooi op mooi levert vaak te zoete duiven op. Wel mooi, maar niet vliegen. Tentoonstellingsduiven worden het dan. Lijnenteelt? De tijd nemen om een goede lijn op te zetten? Of snel scoren en geld maken? Internet verkoop? Dat zijn zaken waar onze Willem zich niet mee bezig houd. We zijn alleen maar duivenliefhebbers. In de combinatie zijn de taken goed verdeeld. Willem houdt zich met het hok en met de voeding bezig.

Wat moet je aanhouden? Bertus Camphuis vertelde me eens dat hij een duif had die tegen de achterwand van het hok vloog. De duif vloog door het kleine invliegraam van 50 cm x 30, maar had nog zoveel gang dat hij niet op tijd kon afremmen. En als je er even niet op verdacht was, en je hoorde BOEM… dan was de “42” uit het Kromkoppel weer onverwacht vroeg. Dat zijn duiven die naar huis willen en die wil ik aanhouden zei Bertus.  Op karakter kweken noemde hij dat.  Duiven die maar blijven draaien, nam hij snel afscheid van altijd.

Kweekvoer.

De Kerstkampioen, ons enige Nederlandse duivenblad, ligt nog op de tafel. Deze keer veel aandacht voor de nationale Kampioenen en die verdienen dat ook. Mooi initiatief. Ook veel advertenties van de voerfabrikanten vallen op. De suggestie wordt gewekt, dat aan voer veel geld wordt verdiend. Ik weet wel beter. Eens kijken… super prijzen en ook nog eens Premium claims erop. Kijk ik naar de samenstellingen dan wordt ik er droevig van. In gedachten zie ik die duiven dit eten. Zij kunnen zelf niet kiezen maar moeten eten wat de pot schaft. Ik zie ze voor me.

Maar al het voer is toch wel goed tegenwoordig? Ik hoor het vaak op lezingen. Qua grondstoffen wel ja. Maar het is maar net hoe het is samengesteld. Achter de computer of in dienst van de behoefte van de duiven? Dat wordt weer bakken vol mais verzamelen uit alle hoeken en gaten. Ook de combinatie peulvruchten (eiwit) tot vetzuren is belangrijk. De peulvruchten blijven liggen… weer spuitende jongen…. Laten we ons dit nieuwe jaar alweer vangen door verkeerde keuzes? Gaan we alweer voor de korting of voor een betere kweek?  

Van meerdere liefhebbers krijg ik de mededeling dat men van het ene voer 2 zakken moet voeren en van een andere hoogwaardige mengeling maar 1 zak. Hoe is dat mogelijk? Ja dat is wel een heel groot verschil natuurlijk en het zullen wel uitzonderingen zijn. Of niet?  Het kan te maken hebben met de energetische waarde en de biologische waarde van het een en ander.

We gaan eens een dergelijk voer maken en noemen het mengeling A: 30% mais, 20% tarwe, 15% milo en dari, 33% groene en gele erwten, 1% kardi en 1% zonnepitten.   Op het oog zal het duidelijk op kweekvoer lijken. Maar wat is het oog van de mens als het om de vertering en opname van de duiven gaat? We gaan de mengeling eens analyseren: 3% vet, 14,5% ruw eiwit, 6,3% opneembaar eiwit, 2979 Kcal. per kilogram voer.

 

Kropmelk.

Na ongeveer 12 dagen broeden beginnen de hormonen van de duiven op te spelen en wordt er bij zowel de duivin als de doffer kropmelk geproduceerd. Die hormonen wekken het broedinstinct op. De bloedvaten worden zodoende gestimuleerd om zo warmte te ontwikkelen. Hetzelfde hormoon

(prolactine) onderdrukt de paringsdrift tijdens het broeden en remt ook de eiproductie bij de dames af tijdens de broedperiode. De kropmelk heeft een extreem hoge voedingswaarde. Juist om die reden groeien de jongen zo snel.

Naast stoffen die immuniteit overdragen van ouders naar het jong, beschikt de kropmelk over een zeer hoge dosering aan eiwitten en vetten. Alles wat deze binnenkrijgen zijn lichaamseigen stoffen.  Volgens onderzoek (Corella Appuhn) zou de kropmelk geen koolhydraten bevatten. Als de ouderdieren een normale voermengeling krijgen, bevat de kropmelk dan 64.3% water, 18,8% Eiwit, 12,7% vet en 1,6% mineralen. Kijken we alleen naar de droge stof van de kropmelk dan komen we op de ongelofelijke gehaltes van: 52,4% eiwit en 35,6% vet.

Als we van de kropmelk overgaan op vast voedsel zoals ons kweekvoer, dan is de overgang groot. Heel erg groot! Ons kweekvoer heeft een laag vochtgehalte (rond de 12%). Dit wordt dan wel geweekt, maar met een hooguit 17% ruw eiwitgehalte…En dan ook nog grotendeels uit veel peulvruchten….Het eiwitgehalte in peulvruchten is ongeveer 21% tot 24%. Het benutbaar eiwit uit de zojuist gemaakte mengeling was 6,3%. En 70% eiwit uit de peulvruchten kan de duif niet eens opnemen. Allemaal ballast. U ziet de duidelijke verschillen met kropvoer. Overgaan op een dergelijk kweekvoer is dus niet zo eenvoudig te verteren.

Duivenkorrels of kippenkorrels.

We kunnen natuurlijk een korrel aan het voer toevoegen of een voer kopen waar die korrel al in zit. In de korrel kan een goed opneembaar eiwit zitten. Des te hoogwaardiger en beter opneembaar het eiwit uit de korrel, des te beter doen de jongen het erop. We zien het direct: de jongen gaan groeien als kool. Aan te bevelen dus? Het is zeker een mogelijkheid om snel jongen groot te krijgen. Nadeel: als je er mee stopt, vallen de jongen vaak terug. De stofwisseling van dergelijke korrels gaat zo snel, dat het veel eerder verteerd is dan gewoon duivenvoer. De darm hoeft niets te doen voor de opname en wordt zodoende een beetje lui. Dat vermindert de darmperistaltiek (darmwerking). Te veel korrel gaat daardoor onbenut door de darm en kan vocht aantrekken in de dikke darm. waardoor dunne mest kan ontstaan. Daarom beveel ik liever een voer aan met een optimaal aminozuren patroon wat bestaat uit granen en zaden. Het kan dus wel goed gaan, maar het is niet mijn eerste keus.

 

Verschil in kweekvoer.

Sinds enige tijd heb ik mengelingen ontwikkeld met veel minder peulvruchten en een veel hoger benutbaar eiwit. Dergelijke kweekmengelingen bevatten duidelijk meer vetrijke zaden. Het is bekend dat alle vetrijke zaden ook veel goed opneembaar eiwit bevatten. Hierdoor krijg je veel minder mest en wordt het eiwit veel beter benut. Het hoger opneembare of benutbare eiwit en het veel hogere vetpercentage komen veel dichten bij de kropmelk. Zo worden spuitende jongen voorkomen. Laten we het mengeling B noemen. Verder bevat deze B mengeling minder dan de helft aan mais en peulvruchten.

Een nadeel is wel, dat mengeling B. het hoogwaardige kweekvoer,  minder geschikt is voor de volle bakmethode. Het beste zou zijn 2 tot 3 of 4 keer per dag voeren. Ze doen er ook langer over omdat er veel kleine zaden in zitten. Dat is niet erg, maar gewoon wel even wennen. Vooral voor de duivenmelker zelf.

 Als er nog voer in de bak zit, krijgen de duiven niets. Eerst alles opeten. Bij de volle bak methode zal er altijd wat in de bak blijven liggen. Maar de jongen groeien ondanks dat wel als kool. Na een dag of 6 moet u de duiven ringen. Zowel de jongen als ook de oude duiven worden op deze manier veel minder belast met afvalstoffen. En dat is hun direct aan te zien. Of we hiervan de helft minder hoeven voeren voor hetzelfde resultaat? Ik weet het niet. Het ligt eraan tegen welke mengeling je dat afzet. Maar duidelijk is wel, dat je veel minder voert met een beter resultaat

Getoaste sojabonen.

Sojabonen bevatten rond de 36% eiwit en het bevat veel methionine. Laat dat nu het aminozuur zijn wat in alle andere zaden en granen te weinig aanwezig is. Soja reguleert de bloedsuikerspiegel en de darmwerking. Het versterkt eveneens het immuunsysteem. Jammer dat duiven er niet zo gek op zijn en dat ze dan gemakkelijk blijven liggen bij een volle bak systeem.  Kweekmengelingen met gehaltes aan sojabonen van 8% en meer zijn niet aan te bevelen,.

Rauwe sojabonen zijn niet eetbaar, want ze bevatten giftige lectinen. Die kunnen het bloed aantasten. Daarom moeten de sojabonen eerst goed toasten (verhitten). Dat mag niet te lang gebeuren, maar ook zeker niet te kort. Het is vaker gebeurd, dat duiven zomaar dood gingen door te veel aan lectinen in het voer.  Soja bevat ook een deel lecithine. Dat verbetert de doorbloeding van de hersenen. Hierdoor ondersteunt het een beter functioneren ervan.  

Vetzuren.

Vetzuren moeten in balans zijn. Dit voorkomt darm en luchtwegeninfecties. De juiste balans versterkt zelfs het immuunsysteem, waardoor duiven minder snel ziek worden. Zonnepitten en Kardi hebben een volkomen verkeerde verhouding. Daarom moeten we daar voorzichtig mee zijn. Ze moeten altijd worden gecompenseerd met vetzuren die veel omega 3 bevatten. Dan komen we uit bij hennep, lijnzaad, koolzaad, raapzaad en ook getoaste soja. Kijken we nu naar de eerste goedkope mengeling, dan zien we een omega vetzuurverhouding van 48 : 1 terwijl we moeten proberen dicht bij de 2 : 1 te komen.

Hersenen werken als een gecompliceerd netwerk van zenuwcellen die met elkaar kunnen communiceren via een soort boodschappenjongens, de neurotransmitters. Die brengen de boodschappen over. Voor een optimaal functionerend brein moeten de cellen goed werken en moeten de boodschappen goed worden overgebracht. Om dit te bereiken moeten de hersenen voldoende zuurstof én de juiste voedingsstoffen aangevoerd krijgen vanuit het bloed.Volgens onderzoek zou de duif zo ook beter met stressomstandigheden kunnen omgaan.

Verschillen.

De genoemde verschillen tussen mengeling A en mengeling B zijn enorm. Onoverbrugbaar eigenlijk en niet met elkaar te vergelijken. Het zou leuk zijn, als veel liefhebbers dit zelf eens gingen uittesten. Gewoon zelf kijken hoe dat werkt en hoe groot de verschillen zijn qua groei, mesthoeveelheid, activiteit van de duiven, hoeveelheid benodigd voer.

 

Gezondheid garantie voor prestaties.

Uiteraard is het zo dat de duiven optimaal moeten zijn voordat ze gekoppeld kunnen worden.  

“Ik koppel altijd na de Kerst, want dan ben ik vrij” is een vaak gehoorde kreet. Ik vraag me echter af of de duiven het er ook aan toe hebben.  De duiven moeten worden gekoppeld als ZIJ het er aan toe hebben en niet wij. Alleen dan kunt u een optimale kweek verwachten. En een top kweek betekent een top duivenseizoen. Niet helemaal top betekent,  veel gezondheidsproblemen en ellende.

Een goed kweekseizoen gewenst.

 

Willem Mulder.

December 2011