IMG 4363

Social Media

TwitterBloggerLinkedinFacebookYoutube
 

Verliezen van jonge duiven voorkomen (2).

Het is ook van belang om de duiven in verschuillende richtingen weg te brengen. Niet altijd naar dezelfde plaats, want daar komen ze echt niet altijd langs. Zoek een goede plaats op van zowel oost, zuid als west en probeer er tussenin ook verschillende lossingplaatsen te vinden.

In het begin 1 km vanaf het hok, dan 5 km, 10,  20 tot ongeveer 40 km. Breng ze ook eens naar het noorden. Vooral jonge duiven zijn groepsdieren.  Kladvliegers zeggen we er tegen. En als ze allemaal doorvliegen…. Juist, dan die van u ook.  Ook daar zouden ze herkenningspunten moeten hebben.  

Storingen.

Hoe laat komen de duiven thuis? Wanneer gelost?  Zijn er hier of daar al welke thuis?

Even op de App kijken van de mobiele telefoon of tablet. Of op de site voor meldingen en we weten meteen hoe het zit.  Hoe anders was dat vroeger.  Ook de teletekst informatie over de weersomstandigheden is veel beter geworden. Er is veel goed werk verricht. En toch… gaat het zo nu en dan eens mis. Miscommunicatie, belangen van bepaalde liefhebbers?  Wie het weet mag het zeggen. 

Welke storing komen we dan zo allemaal tegen?

We kunnen  op onze mobiele telefoon zowaar tv beelden ontvangen en voetbalwedstrijden volgen. Dat moet natuurlijk allemaal door de lucht en via frequenties bij u binnenkomen. Daarvoor zien we langs de auto snelweg, op hoge gebouwen in dorpen en steden de palen met zenders staan. Mensen klagen erover dat ze er last van hebben. Toch denk ik dat deze hoog frequente straling voor de oriëntatie van de duiven van minder belang is.

Stroomdraden.

Meer waarde hecht ik aan de grote bossen kabels die zich door het landschap klieven met elektriciteit voor huizen en fabrieken.  Het ene netwerk is nog groter, indrukwekkender dan het andere. Mensen en met name kinderen die in huizen  wonen onder deze stroomdraden krijgen sneller ziektes. Vooral ernstige ziektes zoals leukemie. Er komt of is al een verbod om huizen onder deze bedradingen van elektriciteitbrengers te bouwen. Mensen met kinderen doen er goed aan het zekere voor het onzekere te nemen en hun biezen te pakken.

Laten we duiven voor de eerste keren los bij deze stroomdraden, dan kan het gebeuren dat ze bijna rechtstandig omhoog vliegen en spontaan de verkeerde kant op gaan. Ook al eens ervaren?

Hoe komt het dat het hier dan misgaat?  Er zijn verschillende sterktes van stroom die door de kabels gejaagd worden.  Zoals we op het kaartje zien begint het met  50 Kilovolt (kV) en eindigt het met 380 Kilovolt.  Van de eerste hebben de duiven geen last, maar van de rode 380 kV draden wel. Het is een laag frequente magnetische straling en daar moeten duiven erg aan wennen.  Ze moeten eerst veel  ervaring op doen om al die hinderlijke storingen te overwinnen.  Er mogen tegenwoordig geen nieuwe stroomdraden meer bijgezet worden, dus… gaat er natuurlijk meer kV door het bestaande netwerk.  Nou is er een site, daar je dat mooi op kunt zien. Kijk maar eens op http://geodata.rivm.nl/netkaart.html . Door de rode draden gaat 380 kV en dus is het verstandig deze  zeker de eerste opleervluchten zorgvuldig te mijden. 

 Later, als de jonge duiven al veel ervaring hebben opgedaan, vliegen ze er wel over heen.  Voor zover ik weet zijn er geen wetenschappelijke testen met duiven gedaan. Maar de vele ervaringen van liefhebbers spreken voor zich.  Neem het zekere voor het onzekere.

image003

UV straling.

De Ultra Violette straling is zeer belangrijk als duiven zich moeten oriënteren.  Zonder UV is het oriënteren heel erg lastig. De straling komt van de zon en de kracht ervan  is de maat voor de hoeveelheid UV in het zonlicht,  die op de aarde terecht komt. Als de zon hoger aan de hemel staat, is de UV straling ook hoger.  In  de zomer is er  ´s middags als de zon flink schijnt veel meer UV dan in de winter. Het gaat dus om de kracht van de straling op zich, niet om de warmte van de dag.  De UV straling is afhankelijk van wolken, of stof in de atmosfeer en van de hoeveelheid ozon. De ozonlaag beschermt het aardoppervlak tegen UV. Voor duiven moet er minimaal 1,5 UV zijn en maximaal 7 om zich goed te kunnen oriënteren.  We kunnen dit eenvoudig zelf controleren, voordat we de jonge duiven laten trainen. Op http://www.weeronline.nl/Europa/Zonkracht-Nederland/135 ziet u zelf hoe `laat`het is en of u kunt opleren of niet. Oude duiven hebben dat ook nodig, maar hebben natuurlijk al wel meer ervaring.

Inversie.

Na een vaak koude, regenachtige dag, komt er in de nacht beter weer aan met droge, warme lucht  en ´s morgens hangt die vochtige lucht nog boven de grond. De warmere  lucht bevindt zich als een deksel bovenop die vochtige lucht. Dat noemen we inversie.  Pas als die koele vochtige lucht wordt opgewarmd door de zon, zal deze verdwijnen.  Je hebt vroeger vast wel eens slootje gesprongen. Met een stok over de sloot en dan steek je de stok in het water… Heel vreemd gezicht is dat want onder water zie je de stok anders dan er boven, vooral  als de zon schijnt.

Er zijn theorieën, dat duiven zich op de zon oriënteren en deze dan op een andere plek zien staan dan waar die werkelijk staat.  Net als de stok onder water. Ook bestaan er theorieën, dat duiven dan met de wind mee gaan vliegen, als die er al is,want meestal is het tijdens een inversie windstil. In ieder geval is lossen tijdens een inversie uit den boze, omdat we dan veel duiven zullen verliezen.

Hoe herken je een inversie?

Als je ´s morgens vroeg de trein hoort of verkeer op de  autosnelweg, wat je normaal gesproken nooit hoort, moet je opletten. Het geluid kan tijdens de inversie n.l. niet weg en zal zich vertikaal verspreiden.  Dus als er geen wind van die kant komt en het meestal windstil is… Let op uw zaak!!

De volgende keer meer over een andere vorm van inversie, die massale verliezen veroorzaakt, bijlichten en aangepaste voeding.

Willem Mulder.