IMG 4363

Social Media

TwitterBloggerLinkedinFacebookYoutube
 

Granen voor ons duivenvoer (1).

Het is een prachtige avond. Ik zit achter ons huis en geniet van het gezang van merels. De nachtegaal van vorig jaar is niet meer teruggekomen. Jammer. Er zitten wel 10 zwaluwen gierend achter elkaar aan boven  de tuin en ons huis. 

Vandaag fietsten  door het bos en langs de hunebedden die op de heide stonden te pronken. Ze staan er al zo lang en het blijft een mooi gezicht in het zomerse landschap. Even verderop golfden de korenvelden.  De tarwe en gerst was nog  half groen, half geel  en niet erg hoog op de stengel. Ineens zag ik een bordje langs het veld. Brouwgerst stond er op. Daar hebben veel duivenmelkers het ook vaak over dacht ik. Reden genoeg om de granen eens te laten passeren voor ons duivenvoer. Ik plukte een aar en telde 18 mooie, nog onrijpe gerstekorrels, allen met een lange “haar” eraan vast.

Brouwgerst.

De meeste brouwgerst wordt verbouwd op kleigrond tot zware kleigrond. Om brouwgerst te kweken moet de grond stikstofrijk zijn of gemaakt worden.  Anders is het eiwitgehalte van de gerstekorrel te laag. Die mag niet lager zijn dan 9.5%, maar ook niet hoger dan 11,5%. Dat zou weer ten koste gaan van het zetmeelgehalte. Het optimale is 10% tot 11%. De gerstekorrel kan er nog zo mooi en vol uitzien, als ze niet aan die waardes voldoen, gaat de koop van de bierbrouwer niet door en blijft de boer er mee zitten. Ook de korrel zelf  moet groter zijn dan 2,5 mm.  Wij duivenmelkers letten vaak alleen op de korrelgrootte en op de kleur.  Als die mooi en vol is, dan zal het zeker wel brouwgerst zijn. De kiemgracht moet hoog zijn. Na 3 dagen moet er 95% van alle gerstkorrels kiemen . Het afstellen van de maaidorser en het goed drogen en bewaren  van de gerst kan het verlies van de kiemkracht beperken.  

Door de strengere overheidsregeltjes mag er minder bemest wordt waardoor het eiwitgehalte vaak te laag is. De afgekeurde brouwgerst met grove korrelstructuur en gezonde kleur is roofgoed voor duivenvoer fabrikanten. Het komt voor de duiven niet op een procentje meer of minder eiwit aan, als het maar een goede voedingswaarde heeft en het er goed uitziet.  Gerst die een lager eiwitgehalte heeft dan 9,5% wordt voergerst  genoemd. 

Gerst op het land heeft lange spelten.  Bij het oogsten blijven die deels aan de gerst zitten. Ze zijn scherp en puntig. Daarom moeten die eimage001r eerst machinaal afgehaald worden.  Dat de puntjes bij duiven in de keel het geel veroorzaken kan naar het land der fabelen worden verwezen.  Gerst heeft  een hoog koolhydraat gehalte van rond de 66% - 68%. Verder is het vetgehalte zeer laag (rond 1,9%) en een ruw vezelgehalte van 5,1%.  Die vezels zijn goed voor de darmperistaltiek. Dat is de werking ofwel het samenknijpen van de darm. Des te heftiger en vaker dit gebeurt, des te beter worden voedingsstoffen ook opgenomen.  Een luie darm met weinig peristaltiek, heeft een lage opname van essentiële voedingsstoffen te weeg.  Voor duiven heeft het een goede voedingswaarde, maar duiven eten niet zo graag gerst.  Toch is gerst een erg nuttig en relatief goedkoop graan voor bepaalde tijden van het jaar. Ook kan gerst worden gebruikt als maatstaf voor het voeren. Als ze de gerst laten liggen…. Juist.

Tarwe. (Triticum aestivum)

Dit graan behoort net als gerst, haver, rogge, rijst en spelt  tot de groep van de grassen.  Ze groeien snel en worden door de zon gerijpt. Tarwe is een product wat wel 10.000 jaar oud zou zijn. De oorspronkelijke vorm was 2- arig en had 14 chromosomen (de Einkorn). Door kruisingen en veredeling zit onze broodtarwe  nu op 42 chromosomen. Voor brood bepalen meestal eiwitgehalte en gluten de kwaliteit.  Ja brood, dat is een belangrijk  voedsel voor de mens.  Volgens wetenschappers wijst het gebit en spijsvertering van de mens  er naar een  fruit, noten, granen en groente-eters te zijn.  En omdat we eigenlijk bijna allemaal dagelijks brood eten, is tarwe een zeer belangrijk gewas, naast mais en rijst.

Tarwe is rijk aan gluten, zodat er een mooi bakdeeg van gemaakt kan worden.  We onderscheiden  zachte tarwe, harde tarwe en durum tarwe. (triticum durum). Zachte tarwe wordt in onze omgeving verbouwd ( Nederland, Duitsland, België, Polen, Denemarken) en heeft een laag eiwitgehalte (tussen 6% en 10%). Harde tarwe heeft een hoge bakwaarde en komt meestal uit Canada en de USA. Het eiwitgehalte is ook hoger ( tussen 10% en 14%). Durum tarwe is de hardste tarwe en wordt gebruikt voor het maken van pasta´s etc. (aanbouwgebieden: rond de Middellandse zee). Zachte tarwe is rijker aan zetmeel.  De tarwebloem (meel)  kan heel  verschillend zijn qua samenstelling. Door mengen en bewerkingen kunnen er verschillende bloemsoorten voor bakkers worden samengesteld die elk weer andere bakeigenschappen hebben.

Spelt.

Vanaf 1700 voor Christus verbouwde men spelt, een zeer oud Germaans ras. Spelt heeft een zeer hoog eiwitgehalte (12% tot 15%) en is zeer rijk aan gluten.  Het zou de opvolger zijn van de eerste tarwesoort (Einkorn).  Met spelt is het dus goed bakken geblazen.

Gluten.

Een aantal mensen kan niet tegen gluten en moeten dan uitwijken naar andere broodsoorten zoals van mais of Teff (meer hierover in het volgende artikel).  Tarwe bevat ook fytinezuur. Het wordt ontwikkeld door een enzym ( fytase) en heeft de eigenschap om mineralen aan zich te binden zoals ijzer, zink en calcium. Deze worden dan minder goed opgenomen in het lichaam.

Tarwe in duivenvoer.

Ook zijn verschillende rassen en kleuren. Zo onderscheiden we witte, gewone lichtbruine en rode tarwe (Gelderse rode).  Al deze soorten zien we ook terug in ons duivenvoer.  De  donkere tarwe lijkt wellicht minder mooi in het voer, maar dat doet niets af aan de kwaliteit.

Tarwe is koolhydraatrijk(68% - 69%) en bevat voor een deel  snel opneembare suikers. Het vetgehalte is laag (rond de 1,8%). De uiteindelijke  kleur wordt ook beïnvloed door het weer. Als we pech hebben dan “verregent”  onze tarwe en gerst.  De kleur wordt dan donker en de kwaliteit minder.  Op tijd geoogst of iets te lang gewacht…….. dat kan net het verschil maken.

We zijn en blijven dus afhankelijk van de natuur. Daar doen we niets aan. Er zijn goede en slechte jaren.  De beste varianten van de oogst in 2010 bevatten nog een paar % ingedroogde tarwe. Dat ziet er minder mooi uit natuurlijk, maar het is niet anders. Het enige alternatief is schilderen, maar een mooi geschilderde tarwekorrel is alleen niet te eten.  Percentages in duivenvoer, afhankelijk van de tijd van het jaar zou niet hoger moeten zijn dan 20%. In de rui en kweekperiode  kan men iets meer voeren dan in de andere periodes vanwege het hogere  gehalte aan zwavelhoudende aminozuren.

Opbrengst en schimmels.

De boer wordt gedwongen door lage prijzen zo veel mogelijk opbrengst per hectare te realiseren. Daarom worden de aren steeds  voller en het aantal halmen per m² steeds meer. Dat heeft ook nadelen. Door dauw in de morgen, door regen en weer zonneschijn ontstaan er schimmels op de granen.  De halmen staan dichter op elkaar en komen sneller tegen elkaar aan waardoor de besmetting wordt verhoogd. Deze schimmels laten gifstoffen achter op de graankorrels. We noemen dat mycotoxines en alfatoxines en bevinden zich op alle grassen en granen. Ze worden wel met gif bestreden, maar dat werkt alleen maar resistentie in de hand. We steriliseren onze granen niet, dus eten onze duiven deze schimmels en gifstoffen ook op.  Dat is gewoon natuurlijk.

Normaal hebben ze daar geen enkel probleem mee, omdat de duif een kort darmstelsel heeft.    Het maximum aan schimmels is 10.000 KVE (Kolonie Vormende Eenheden) per gram voer. Voor aflatoxine en mycotoxines, welke een stuk gevaarlijker zijn, gelden waardes van 0,05 mg per kg. Hier wordt uiteraard controle op uitgevoerd!! Vooral paarden en koeien, die ook grassen eten,  kunnen daar wel  last van hebben, omdat die een zeer lang darmstelsel hebben. Minder wordt het als zich te veel schimmels of toxines in het lichaam bevinden. Deze ontstaan vaak door te veel en te vaak gebruik te maken van antibiotica.

Een volgende keer meer graan.

Willem Mulder.