IMG 4363

Social Media

TwitterBloggerLinkedinFacebookYoutube
 

De verluchting van het duivenhok (5)

Een paar jaar geleden heb ik een aantal artikelen geschreven over de duivenhokken met hoge kap. Daar komen nu nog wekelijks reacties op. Want veel hokken zijn niet goed. Dat gaat ten koste van de gezondheid van de duiven en zodoende vallen de prestaties tegen of wordt er zeer wisselvallig gepresteerd (door medicijngebruik). Daar waar mogelijk help ik de verluchting te verbeteren. Gelukkig melden velen, dat de duiven beter zijn gaan presteren en de gezondheid duidelijk is verbeterd. En daar gaat het om.

Lang heb ik getwijfeld of ik wel een vervolg zal maken. Waarom? Omdat de vraag groter is dan ik kan oplossen. Het kost veel inlevingsvermogen en tijd om goede adviezen te geven. Daarom heb ik van te voren veel informatie nodig en veel foto´s om een goed beeld te kunnen krijgen. Alhoewel de geschreven artikelen al een paar jaar geleden op het internet kwamen, komen nu nog wekelijks vragen over hokaanpassingen. Tja…eigenlijk specialiseer ik me op de voeding voor postduiven, toch is de leefomgeving voor de duiven ook van groot belang. En bij mij staat het welzijn van de duiven en de duivensport voorop. Er moet harmonie zijn tussen de liefhebber en zijn dieren. Het is toch zonde, dat liefhebbers stoppen omdat ze de duiven niet gezond kunnen houden? In veel gevallen is n.l. het hok de oorzaak van mindere gezondheid. Heb je twee jaar hokproblemen, dan kun je al niet meer fatsoenlijk selecteren. Want ze waren niet gezond, dus je weet er gewoonweg niets meer van.

Ook hokken gaan met de tijd mee.

Hadden we vroeger allemaal een lessenaarhokje, tegenwoordig moet er een kap op en het moet er ook knap uitzien voor de buitenwereld. Veel lucht in de kap….. We zijn vergeten dat op die simpele hokjes vaak super gevlogen werd. We streven er nu naar om een hok te maken die onder alle omstandigheden goed is. Ik koop er dan ook niets voor, als iemand een keer een 1e NPO wint en meteen in de krant de hokkenspecialist gaat uithangen. Dergelijke liefhebbers hebben vaak onder die specifieke omstandigheden van die vlucht zo super gepresteerd. Daarbij speelt vaak de wind, de temperatuur, droogte of juist vochtig weer een belangrijke rol.

Verluchting in ontwikkeling.

Ook over hokken en verluchting leren we steeds meer. Samen met Bennie van Dijk evalueer ik de hokken en passen we de verluchting aan. Het was voor mij een heel interessant leerproces en ik adviseer nu anders dan 2 of 3 jaar geleden. Ik heb het al veel over de hoge kappen gehad. Daar ontbreekt het met name aam warmte en behoeft de zoninval veel aandacht. We kwamen er steeds meer achter, dat een hok met een erg hoge kap niet het meest ideale is. Door steeds maar weer iets nieuws uit te proberen kwam Bennie uiteindelijk op een systeem uit dat voor de meeste hokken heel goed werkt. We hebben het dan over een hok, die op het oosten, zuidoosten of zuiden gericht is.

De pannen.

Er zijn vele soorten dakpannen. De meest hebben een holletje in het midden. Er zijn ook hele vlakke pannen die heel strak aansluiten. Oud Hollandse pannen sluiten heel slecht aan en daar ontstaan luchtopeningen tussen. We zien steeds meer zwarte pannen op de hokken. Daarbij moeten we ons wel realiseren dat die veel heter worden dan de rode. Dat heeft gevolgen voor de verluchting. Cementpannen hebben wel een ronding maar sluiten ook heel strak aan en sluiten dus goed af.

De nok.

De nok moet van binnenuit gezien geheel vrij zijn. Er mag geen “ruiter” in zitten. Dat is een lat waar de pannen op rusten. Deze ruiter beïnvloed de verluchting. Vooral als er wat wind is. Dan blaast deze tegen de nok en tegen de ruiter aan, waardoor die wind naar beneden slaat. Sta je onder de nok, dan voel je de koude lucht op je (eventuele kale) hoofd. Die koude vallende lucht is heel slecht voor de duiven. De opening moet dus vrij zijn en 4 tot 5 cm open zijn. De lucht moet voldoende ruimte hebben om het hok te verlaten.

Isolatie.

Doordat veel hokken zwarte pannen hebben, isoleren we ze tegenwoordig tot aan de nok. Welke pannen is dan minder belangrijk. Daarvoor gebruiken we het beste Dupanel isolatie materiaal van 4 cm dik. Dit is heel goed te snijden met een zaag of stanleymes en we drukken het tussen de spanten tot aan de bovenste panlat. Er komt nu dus geen lucht meer tussen de pannen door. We gebruiken het liefst dakpannen die redelijk goed aanstuiten, zodat er tussen de pannen en de isolatie nog wat stilstaande lucht ontstaat. Boven in de nok moet een opening ontstaan van ± 15 cm tussen de dupanel isolatie van de voor en achterkant.

De luchtingang.

Ik ben een voorstander van luchtverversing aan het front. De voorkant van het hok dus. Niet een strook onder de pannen, waarbij de koude lucht daar binnenkomt en dan direct naar beneden “valt”. Er zijn hokken waar dat best goed gaat, maar het heeft niet meer mijn voorkeur.      

De binnenkomende lucht komt middels een strook van 1 cm hoog en net zo breed als het raam, zo mogelijk in het midden van elke afdeling binnen. Een soort lange smalle brievenbus dus. Die kunnen we met een schuine aluminium strip afdekken aan de buitenkant. Aan de binnenkant schroeven we een plank, die aan de beide zijden 10 cm breder is en 30 cm tot 40 cm hoog is. Op elke hoek doen we er een dopje tussen van 1 cm, zodat de lucht er mooi tussendoor kan, maar niet rechtstreeks naar de duiven kan door de afscherming van de plank. 

De binnenkomende lucht wordt zo gebroken. Dat is alles, de gehele verluchting dus. Is dat niet mogelijk, dan maken we een opening onder het raam of op 20 cm vanaf de bodem van 10 cm x 10 cm. Een rond gat van 12½ cm doorsnede is ook goed. Deze sluiten we aan de buitenkant af met een aluminium rooster. Aan de binnenkant schroeven we er een plaatje voor van 30 x 30 cm. Op de hoeken weer een dopje van 1 cm, waardoor de lucht er tussendoor kan.

De ramen.

Het glas voor elke afdeling moet 1/3 deel zijn van de vloeroppervlakte. De zon moet er ook vrij in kunnen schijnen en niet worden afgeschermd door een grote spoetnik. De goed geïsoleerde vloer moet worden verwarmd, zodat het op de vloer warmer is dan in de geïsoleerde nok. Dan ontstaat er een luchtstroom naar boven.

Als er onvoldoende licht op de vloer valt doordat de ramen te klein of afgeschermd zijn door grote valplanken of spoetnikken, dan zijn glazen dakpannen een oplossing. Per afdeling 3 of 4 is meestal voldoende. Je snijdt dan een gat in de dupanel isolatie, zodat de zon weer op de vloer kan schijnen. De opening maak je het beste dicht met een plexiglas platje. Die kun je gemakkelijk vast maken met sterke tape. Staat het hok op het westen, dan moeten de glazen pannen op de achterkant komen.

Zolder.

Die luchtstroom mag niet worden gehinderd door een zolder en moet vrij naar boven kunnen. Daarom maken we tegenwoordig geen zolder meer voor de duiven. Vanaf de broekbakken alleen nog gaas of latjes tot aan de voorkant van het hok. Zo ontstaat er veel meer volume op het hok en behoort de kans op te hoge temperaturen op de zolder tot het verleden. De zon verwarmt n.l. de vloer en die is dan hoger dan de temperatuur boven de broedbakken. Gevolg: opstijgende lucht.

De Temperatuur.

Ons eigen hok bij Tonny Snijder is nu ook op deze wijze aangepast. Door de verhuizing en het slechte weer bleek na de verhuizing niet alles goed te zijn gemaakt. Het moest allemaal te snel gebeuren. Ik denk dat de fouten er nu uit zijn. Nieuwe pannen die veel strakker in lijn liggen, nieuwe nokpannen, de isolatie tot aan de bovenste panlat aangepast… En als je nu op het hok komt is het veel aangenamer. Dat scheelt in de winter soms wel een graad of 5, hadden we andere pannen op het hok en een te open nok. De dag- en nachttemperaturen liggen ook veel dichter bij elkaar. En dat is heel belangrijk voor het in vorm komen van met name de doffers.

Tot slot.

Het kan worden toegepast in bijna elk hok. Dat is het grote voordeel van dit systeem. Ik wil niet beweren dat dit het enige goede systeem is. Er zijn vele andere mogelijkheden die goed kunnen functioneren. Maar dit is er zeker een van. In het koude voorjaar kunnen we dan nog vloerverwarming of verwarmingsplaten aanbrengen om een koude thuiskomst te veraangenamen. Warmte geeft n.l. een veel sneller herstel en voorkomt ziektes. Ook op de dag van inkorving kan de verwarming aan in het voorjaar. Zo kunnen de duiven veel beter in vorm komen.

Veel succes ermee.  

Willem.