IMG 4363

Social Media

TwitterBloggerLinkedinFacebookYoutube
 

TRAINING EN VOEDING.

Als je de marathon wilt lopen, dan zult je wel getraind moeten zijn, anders kom je niet op tijd aan de finish. Dat zal een ieder van ons begrijpen en accepteren. Om dat goed onder de knie te krijgen is een heel schema nodig die er toe leidt, dat je na vele maanden van trainingsopbouw in staat bent om eerst een km of 5, dan de halve marathon en vervolgens de hele marathon tot een goed einde te brengen in een acceptabele tijd. Welke tijd? Dat is ook afhankelijk van je techniek, kleding, schoeisel, je gewicht, soort spieren en niet te vergeten: “talent”. Er zijn mensen die zich helemaal suf lopen, maar nooit tot grote aansprekende tijden zullen komen. Wel is het mogelijk om je tijden flink te verbeteren. Hoe doe je dat? Je neemt b.v. een persoonlijke trainer of je sluit je aan bij een atletiekclub. Daar weten ze hoe je tot betere prestaties komt en hoe je dat het beste kunt bereiken. Ik schakel in dit artikel regelmatig over van menselijke training naar de duiven. Niet dat dit altijd met elkaar is te vergelijken, maar om een bepaald inzicht te verkrijgen.

Aëroob
De verbranding van de energie vindt plaats op basis van de aanwezige zuurstofvoorraad (om de spieren te laten werken). Door ademhaling wordt dat dan op pijl gehouden. Er is dus een balans tussen verbruikte afvalstoffen en het weer schoon maken van het bloed door de organen. Zo wordt er geen zuurstofschuld opgebouwd en kan er langdurig worden getraind. Denk b.v. maar eens aan de elf stedentocht. Als je goed getraind bent, kun je het de gehele dag volhouden en aan de finish komen.

Anaëroob
Bij het trainen op basis van het anaëroob systeem, wordt er wel zuurstofschuld opgebouwd. Dat betekent dat er melkzuur wordt geproduceerd en dan krijg je pap in de benen. Dat kan bewust gebeuren om zodoende te “wennen”aan het melkzuur en er beter mee om te gaan. Zo kun je de topprestatie verhogen. Het voornaamste effect van anaërobe trainingen is dat je zodoende in wedstrijdvorm komt. Je moet dan in een flink tempo doorlopen en een aantal keren ( 4 tot 6 keer) een flinke sprint trekken van 500 tot 800 meter. Als je wedstrijden wilt lopen zoals de halve marathon, is dit in de laatste fase wel een goede voorbereiding. Je kunt dit echter niet dagelijks doen. Een keer per week is wel het maximaal haalbare. Het is wel een hele goede manier om vlak voor een belangrijke wedstrijd in topconditie te komen. Anders gezegd: deze mag niet meer dan zes tot tien procent van uw totale training uitmaken. Men noemt het de VO2 max in wetenschappelijke termen. Je leert dan je lichaam zo te benutten, dat je 100% van je zuurstof opnamemogelijkheden benut en werk je toe naar “topvorm”. Je kunt wel nagaan dat een “ornithose” ( verkoudheid) enorm veel roet in het eten gooit.

De duiventraining.

Als het seizoen begint, is het zeer onverstandig om de duiven direct 500 km weg te brengen. Dat begrijpen we toch allemaal. We moeten de eerste trainingen voor de duiven ook opbouwen. Geleidelijk aan verhogen we een aantal weken voor de vluchten de trainingsopbouw van 15 minuten naar een uur en dan naar 1 ½ uur etc. Die dat probleemloos aan kunnen en gedurende die tijd hard willen jagen, zijn de duiven die we nodig hebben om mee te vliegen. Als mensen een trainingsopbouw volgen om vervolgens op een bepaald moment een topprestatie neer te kunnen zetten, dan vindt ik het wat vreemd als sommige afdelingen in de duivensport soms van 250 km ineens naar 550 km gaan. Natuurlijk, de goed getrainde duiven kunnen het misschien wel aan, maar is dit wel ideaal en hoe zit het met de minder getrainde duiven?

Sommige liefhebbers die over veel vrije tijd beschikken brengen hun duiven zelf weg in dit soort situaties. Voor in de week worden ze dan gelapt op een afstand van rond de 400 km. Ja ja, er wordt dus even naar België of zelfs naar Frankrijk gereden om een koppeltje duiven te lossen. En jij maar suggereren dat die melkers iets doen wat niet mag. Of dat misschien ook nog het geval is kan ik natuurlijk niet beoordelen. Een feit is wel, dat die liefhebbers er wel heel veel voor over hebben om een knappe uitslag te maken. Vaak zijn het van die liefhebbers die zich willen specialiseren. Zij werken als het ware naar bepaalde vluchten toe. Voor hen gaat het om de teletekst vluchten. Hoe snel de duiven op de Vitesse naar huis komen is dan niet belangrijk. Die mogen nog gerust in de “winterslaap”meeklepperen. Men wil pieken op een aantal van tevoren bepaalde vluchten. Dat is natuurlijk een keuze. Als het lukt om de duiven optimaal voor te bereiden en ze gezond te houden, zal het lastig zijn om dit soort liefhebbers op hun “specialiteit”te verslaan. Hebben die dan betere duiven? Ik weet het niet. Zij maken in ieder geval andere keuzes.

Voeding voor de mens.

Ongetrainde mensen verbranden allereerst hun lichaamsvet. Getrainde mensen zullen veel meer koolhydraten verbranden. Bij de duiven ligt dat verhaal heel anders, maar daar kom ik later op terug. Als je een goede training wilt gaan doen, heb je als getrainde sporter tussen de 8 tot 10 gram koolhydraten per kilogram lichaamsgewicht nodig.Dat betekent bij een sporter van 70 kg: maximaal 700 gram. Dat is erg veel!! Iemand die niet aan sport doet komt in de verste verte niet in de buurt. Die komt hooguit aan de helft. Natuurlijk verbrandt je als sporter niet alleen maar koolhydraten, er wordt ook een beroep gedaan op vetten en eiwitten. Wij krijgen in onze westerse eetcultuur echter veel te veel vetten binnen en te weinig koolhydraten om topsport mee te bedrijven. Ook is het heel belangrijk om daarbij voldoende te drinken. Voordat er een inspanning plaats vindt moet je zeker 2 tot 4 uur geen voedsel meer tot je nemen. De voeding die je tot je neemt moet voldoende koolhydraatrijk zijn.

Het "laden" voor een wedstrijd van koolhydraten gebeurt het best via de “taperingmethode”. De training wordt dan afgebouwd en de voeding wordt opgevoerd met koolhydraatrijke zaken als bami, pasta’s, cornflakes, muesli, geroosterd witbrood etc. Juist, witbrood omdat je de laatste 3 dagen voor de wedstrijd zo weinig mogelijk vezels moet eten. Waarom? Door hoge percentages suikers in het bloed wordt een hoger gehalte insuline aan het bloed afgegeven. Die ervoor zorgen dat er veel glucose wordt opgenomen.

Tijdens de inspanning: Als een inspanning langer dan 45 minuten duurt, kunt u de prestaties verbeteren door tijdens de inspanning koolhydraten te eten. Maar welke koolhydraten zijn het beste geschikt op dat moment ?
De meest geschikte voeding is glucose, saccharose (riet- of bietsuiker) of dextrine-maltose combinaties. Die komen heel erg snel in het bloed terecht. Daar heb je dus vrijwel direct iets aan. Zij zorgen voor hoge plasma glucosewaarden en worden door spieren die actief zijn heel goed opgenomen en verbrand. Fructose ( suikers van vruchten) zijn minder goed omdat ze niet zo goed worden opgenomen.

Je kunt echter tijdens het sporten niet onbeperkt koolhydraten gaan eten. Waarom niet? Het lichaam kan maar maximaal 60 tot 65 gram koolhydraten per uur opnemen. Dan kun je dus wel nagaan dat een teveel alleen maar storende werkingen kan hebben (oxtidatie) Maar een drankje die zo’n 7% aan koolhydraten bevat volstaat een volume van 850 ml/uur om tot de ideale aanvoer van 60 gram koolhydraten per uur te komen.
De kans op maag- en darmklachten worden echter alleen maar verhoogd als je teveel Red Bulls tot je neemt. Er is nog veel meer te vertellen over voeding en training voor de duursport van de mens. Ik wil jullie echter niet teveel in verwarring brengen, want bij onze duiven zit dat voedingsverhaal heel anders. De mens verbruikt tijdens het sporten van 1 ½ uur +/- 100 tot 250 gram glycogeen en vetten. Daarnaast verlies je gemakkelijk meer dan een liter vocht, afhankelijk van de buitentemperatuur.

Voeding voor postduiven.

Duiven kunnen veel minder zweten tijdens een vlucht dan de mens. Zij kunnen ook niet drinken, althans, het is onze opgave om duiven geen dorst te laten krijgen Gaan ze drinken onderweg, dan is het allereerst de vraag: van welk soort water (gezond of ziekmakend) en in de tweede plaats komen duiven die onderweg de tijd nemen om te drinken later thuis dan wij vaak ingepland hebben. Daarom ben ik er een voorstander van om elektrolyten te geven als het warm weer wordt. Die houden het vocht vast en dat is van groot belang.

Ook duiven moeten niet met een volle maag aan wedstrijden beginnen om maag en darmklachten te voorkomen. Alle gewenste voedingsstoffen moeten “voorradig”zijn en verteerd als de wedstrijd begint. Postduiven kunnen net als de mens maar weinig glycogeen opslaan in de “witte spieren”. Allereerst heeft een duif weinig witte spieren en in de tweede plaats is de brandstof voor onze duif hoofdzakelijk vetzuurverbranding ( 3 tot 3 ½ gram vetverbranding per vlieguur). Het is mogelijk om gedurende de eerste 10 minuten gebruik te maken van dit glycogeen vanuit de witte spieren Daarna zal de duif nog gedurende maximaal 45 minuten glycogeen uit het bloed en uit de lever kunnen gebruiken. Vaak wordt al na een half uurtje overgeschakeld op vetverbranding vanuit de rode spieren.

Als vetten verbranden blijft er niets over. Er is dus weinig tot geen melkzuuropbouw tijdens een vlucht. Dat is dan ook de reden dat duiven lang kunnen vliegen zonder “pap”in de benen te krijgen. Natuurlijk treedt er op een gegeven moment vermoeidheid op en zal de man met de hamer ook een keer toeslaan. Dat moment ligt ergens tussen de 400 en 500 km. Dan wordt de duif vermoeid en weet hij of zij gedurende een bepaalde tijd niet meer een constant tempo aan te houden. Na ongeveer een ½ uur tot een uur zien we dat dit effect weer verdwijnt en er weer een vaster tempo mogelijk is. Een en ander kunnen we leren uit de simulatie vluchten in de windtunnels en van de GPS systemen die de duiven op de rug meedragen. Dat tempo wordt echter geleidelijk aan langzamer.

Herstel.

Na een zware vlucht is de eerste voedingsbehoefte glycogeen. Dit is nodig om de hersenen weer te laten functioneren. Zonder glycogeen kunnen die hersenen helemaal niet functioneren. Daarom is het goed om na een zware vlucht direct koolhydraatrijke voedingsmiddelen beschikbaar te stellen zoals dextrose ( en elektrolyten) in het drinkwater en koolhydraatrijk voer. Natuurlijk is het goed om de mengeling zo rijk af te stemmen dat de duif zelf een goede keuze kan maken en zijn behoeftes kan vervullen.