IMG 4363

Social Media

TwitterBloggerLinkedinFacebookYoutube
 

JONGE DUIVEN.

Vele liefhebbers zijn al weer aan het opleren met de jonge duiven. We weten dat we niet alle duiven aan de start brengen want het coördinatievermogen is niet van allen gelijk. In de mail wordt mij nogal eens gevraagd om het juiste voer voor de opleer periode en voor de vliegperiode. Er zijn zoveel soorten, je ziet door de bomen het bos niet meer. Wat en hoe moet er gevoerd worden? Wanneer de verduistering opheffen? Wanneer eventueel bijlichten? Wanneer en hoe opleren?

Voermengelingen.

Voor het vliegen met jonge duiven zijn er mengelingen met wel 30% peulvruchten en ook wel zonder 1 erwt erin. De vraag is of beide wel verstandig is. Mijn antwoord is nee. Zeker niet. Ik ben van mening dat een uitgebalanceerde mengeling niet te veel peulvruchten mag bevatten. Er mag best wel wat gerst inzitten om de darmen dagelijks te stimuleren. Meningen dat gerst bijdraagt tot het krijgen van E-Coli deel ik niet. Gerst is licht verteerbaar, maar activeert de darmperistaltiek, zodat er een betere opname van de voedingsstoffen ontstaat. Juist door die actievere darmwerking wordt voorkomen dat er problemen ontstaan. Wat wel voor problemen kan zorgen is zwaar verteerbaar voedsel dat wordt gegeven op een moment dat de duif niet al te fris is. Na een pittige training of vlucht bijvoorbeeld. Dan is er behoefte aan energierijk voedsel dat lichtverteerbaar is.

Bouwstoffen.

We moeten dus zorgen voor voldoende vezels en voldoende lichtverteerbare bouwstoffen en brandstoffen. Wat zijn bouwstoffen? Dat zijn die stoffen die zorgen voor de opbouw van de spieren, bevedering etc. De eiwitten dus. Nou is het ook zo, dat de jonge duiven helemaal zijn uitgegroeid als ze met de opleervluchten beginnen. We hebben dan alleen onderhoud nodig. Alleen aan het einde van het jonge duiven seizoen. Dan zitten veel jonge duiven al tegen de rui aan en dan is dus iets meer eiwit noodzakelijk.

Vezels.

Vezels zijn als het ware omhulsels van de granen. Sommige granen bevatten veel vezels ( paddy, zonnepitten, gerst en haver) en andere veel minder ( erwten, mais, tarwe). Ze geven geen energie, maar zijn wel nodig bij de vertering van het voer. Zonder voldoende vezels is er onvoldoende darmperistaltiek ( darmwerking). Ze onttrekken vocht uit het lichaam bij de vertering.

Voermengeling.

Het voeren van de jonge duiven kan eenvoudig zijn. Ik heb wel eens gezegd: pak een zak Belgische vliegmengeling met veel mais en erwten, een zak super dieet en een zak zuivering. Meng die door elkaar en voeren maar. Je zit dan niet ver van de waarheid af. Let er wel op dat het dieetvoer vetrijk is ( boven 12% vet) anders kom je niet uit. Ik ben geen fan van erg zware mengelingen met veel erwten en bonen. Die zijn zwaar verteerbaar en dat kan darmproblemen geven. Ook grote hoeveelheden mais is niet ideaal tijdens warme zomermaanden. Dat geeft te veel warmte en blijft dan gedeeltelijk liggen. Een voer voor jonge duiven moet weinig peulvruchten bevatten ( 10 – 15%), niet overmatig veel mais ( 20 – 25%) en voldoende vetten ( 6 – 8%), afhankelijk welke vluchten er gespeeld worden.

De laatste tijd zijn er echter ook hele goede vliegmengelingen, speciaal voor jonge duiven gemaakt met de eigenschappen zoals hierboven genoemd. Ontwikkelingen staat echter niet stil. Zo kan het van belang zijn welke soorten koolhydraten en welke vetzuren zich in de mengeling bevinden en in welke combinatie. Werk voor specialisten dus. Maar als u dan uw basis voertje gevonden hebt, dan kun je dat de hele week voeren. Heel gemakkelijk

Kleine aanpassingen.

Als de vluchten nog heel kort zijn of heel gemakkelijk verlopen, dat kun je wat zuivering of gerst toevoegen in de eerste helft van de week. Daarmee zet je de rem et een beetje op. Krijg je zware vluchten, dan geef je wat pinda’s, snoepzaad of energie mengeling bij voor als het zwaar wordt ( de laatste dagen voor de vlucht) . Daarmee geven we meer gas. Klaar is kees. Maak het jezelf niet te moeilijk. Eenvoud is de kracht. Je moet zelf snappen wat je aan het doen bent. Velen lezen voerschema’s en lezen wat ze vandaag weer allemaal moeten geven. Morgen staat er weer iets anders op het papier. Je doet maar wat er op staat en weet vaak helemaal niet waarom. Niet doen!! Probeer de grote lijnen te snappen. Het is net als fietsen. Je moet weten waar de trappers zitten en hoe de versnelling werkt. En dan maar fietsen. Je hoeft niet alle tandwielen te kennen en te weten hoe die vernuftige versnelling precies in elkaar zit. Dat moet de fietsenmaker en de fietsenfabrikant weten. Zo is het ook met duivenvoer. Je hebt mensen die zich helemaal verdiepen is de materie. Laat dat mooi aan die voerspecialisten over. Die hebben daar voor gestudeerd. Concentreer je dus vooral op wat je ziet bij je eigen duiven en reageer erop.

Bijlichten.

We zullen het nu niet over verduisteren hebben. Dat kennen allemaal wel zo langzamerhand. Bijlichten is voor velen nog erg nieuw. Mijn goede duivenvriend Eddy Noel heeft daar een heel goed artikel over geschreven. Klik maar eens op de volgende link en lees het aandachtig door.  http://www.pitts.be/index.asp?par=f_articles.detail&ID=496

We zitten nu zo rondom de langste dag. Als we bij willen lichten, dan is het verstandig om daar 4 weken na de langste dag mee te beginnen. U zult zien, dat de duiven dat weer meer voer nodig hebben. Ze gaan zelf het al gegooide dek weer aanmaken en ze krijgen weer een volle vleugel. Alleen de pennen, ja die gaan ze nu geleidelijk ruien. Een optimale vorm komt tussen de 4 en 6 weken na optimale lichtomstandigheden. Op tijd stoppen met verduisteren betekend ½ juli al topvorm op het hok. Maar u kunt ook tot in juni verduisteren en geleidelijk meer licht geven tot er op 21 juni volop licht is. De vorm zal dat pas eind juli – begin augustus komen. Het is maar wat u wilt.

Selecteren.

Je hebt geen postduiven voor de sier. Niet omdat ze zulke mooie kleuren hebben. Je hebt ze om er mee te vliegen. Ze moeten dus mee. Net als een mooie zeilboot. Die is ook niet gemaakt om in de haven te liggen maar om mee te varen. Je hebt dus postduiven nodig die een sterke wil hebben om naar huis te komen, die zich goed kunnen oriënteren en die niet snel ziek worden. Is dat niet het geval? Dan vallen die uit. Een goede liefhebber selecteert streng en rechtvaardig.

Vluchtvoorbereiding.

Velen zijn daar nu al volop mee bezig. Des te vaker u ze in de mand kunt zetten, des te beter dat is. Laat ze ook voor die tijd regelmatig kennis maken met drinkbakken aan de mand, zodat ze geleidelijk wennen en de stress wordt verminderd. Ik ken liefhebbers die een oude container mand hebben doorgezaagd. Daaraan worden de drinkbakjes bevestigd. De mand wordt zo neergezet, dat de duiven altijd door de bak moeten lopen om tussen de spijlen door het drinkwater te vinden. Ook wordt er alleen in de mand gevoerd. Allemaal trucks om het later gemakkelijker te maken voor de jongen. De meeste E-Coli klachten komen voort uit stress. Voer ze daarom licht ( 1 deel zuivering + 3 delen vliegmengeling voor jonge duiven). Geef eventueel zo nu en dan wat yoghurt over het voer of wat karnemelk ( ¼ deel) in het drinkwater. Zo verlaag je de pH-waarde in de darmen en is de kans op een uitbraak kleiner.

Met opleren begin je het beste op 1 tot enkele kilometers van het hok. Dan naar 5 km. Als dat goed gaat dan naar 10, 20 en 40 km. In het begin kun je b.v. ervaren duivinnen mee laten vliegen, maar op den duur moeten de jongen het alleen kunnen. Laat ze ook eens stuk voor stuk los. Laat ze op in de verschillende windrichtingen rondom uw huis, niet alleen in de vluchtrichting.

Ik zou willen adviseren om africhtingen met oostenwind te voorkomen. Zeker in het begin als de duiven nog te weinig ervaring hebben. Het vliegen met jonge duiven is een oneerlijke sport. De duiven die het vaakst afgericht zijn komen vooraan in de uitslag. Mensen met veel tijd ( en geld) die dagelijks met de duiven kunnen rijden, zijn in het voordeel.

Als de opleervluchten achter de rug zijn, dienen ze in de beste conditie te zijn. Daarna ( tijdens de vluchten) komt de motivatie. Ze zijn dat meestal al geslachtsrijp en zoeken een vriendinnetje. De basisconditie is er dan en de motivatie ook. Als u duiven op het schap houdt, zorg er dan voor, dat er altijd 1 schap te weinig is. Dat geeft motivatie in het hok. Verspeelt u een aantal jonge duiven, maakt dan de lege schabjes dicht.

Zware en warme vluchten.

Heet weer en hoge drukgebieden maken de duiven op de vlucht erg dorstig. Door het voer vetrijker te maken, b.v. met een energiemengeling, pinda’s of snoepzaad, voeg je tijdens de vertering vocht toe aan het lichaam. U kunt ook op de inkorfdag witte rijst geven. Dat houdt vocht vast. Dus geen paddy met al die vezels… Dat neemt geen vocht op, dat kost juist vocht om die vezels te verteren. Elektrolyten zijn ook goede vocht vasthouders. Ze bevatten minerale zouten en meestal ook suikers. Bij warm weer zou ik willen adviseren twee dagen voor inkorven elektrolyten te verstrekken in het drinkwater of over het voer. Het kan ook nog op de inkorfdag ( in het drinkwater). Neem dan de drinkbak een uur na het voeren weg en vul die met gewoon water. Van die suikers kunnen duiven n.l. dorst krijgen en zo kunnen ze nog weer gewoon water opnemen.

Er zijn meer bijproducten dan een duif in zijn leven kan opeten en drinken. Er zijn goede, maar nog veel meer zijn alleen goed voor de fabrikant. Maak dus goede keuzes. Ik zal er nu niet verder op ingaan. Daarvoor een andere keer.

Heel veel succes met uw jonge duiven.